Meditatie

Burgerlijke stand van Gods koninkrijk

Psalm 87

Zijn grondslag is op de bergen der heiligheid. De Heere bemint de poorten van Jeruzalem meer dan de woningen van Jacob. Zo zet psalm 87 in. Daarmee wordt de verkiezende liefde van de Heere voor Zijn stad Jeruzalem bezongen. De stad die gebouwd is op  Gods heilige berg, namelijk Sion. In de Bijbel is het aardse Jeruzalem een beeld van Gods Kerk (met een hoofdletter!) van alle tijden en van alle plaatsen. En u begrijpt: de Heere heeft Zijn Kerk lief. God verheugt Zich in degenen die Hem kennen, die Zijn Naam vrezen, die inwoner Zijn geworden van Zijn Jeruzalem, Zijn gemeente, die eenmaal zalig wordt. Zijn Naam wordt verheerlijkt in degenen die in die stad wonen. Die daar willen wonen. Mensen die geen leven meer hebben buiten dat geestelijk Jeruzalem, maar nu ingaan tot Gods altaren om bij Hem te zijn.

In Psalm 87 komen we een mooi beeld tegen. In vers 6 lezen we namelijk dat de Heere aan het rekenen is. Hij is aan het tellen. Aan het registreren. God kijkt wie er die stad binnenkomen. Psalm 87 zou je de burgerlijke stand van het koninkrijk der hemelen kunnen noemen. Een volkstelling wordt er gehouden. Mensen die hun zaligheid zoeken buiten zichzelf. God telt hen. En in dat tellen schrijft hij ze op. God beoordeelt ze. En weet u wat Hij dan opschrijft: deze is aldaar geboren. Geboren in Jeruzalem. Ingeschreven in Gods register. Al Gods kinderen. In Jeruzalem geboren.

Wie staan er eigenlijk in dat boek? Dat is een grote verrassing; iets wat geen mens ooit had kunnen bedenken. Natuurlijk wonen daar mensen uit Abraham gesproten, uit Gods oude verbondsvolk. Maar in vers 4 lezen we: Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met den Moor, deze is aldaar geboren.

Rahab, dat is Egypte. U weet wel, het land waar het volk Israël 400 jaar gevangen heeft gezeten in slavernij. Rahab dat de pasgeboren jongetjes van Israël in de rivier de Nijl gooide. Voor de krokodillen. Een dodelijke vijand van Gods volk en daarmee ook van God. Babel, vele jaren later. Weer een vijand van Israël. Ook daar is Gods volk geweest. In ballingschap, weer slavernij. Rahab en Babel, slavendienst. Vijand van Israël, vijand van God. De roofzuchtige Filistijn, die zo vaak Israël is binnengevallen. De Tyriërs met hun valse godsdienst. De moor uit Ethiopië. Een land ver weg in Afrika dat telkens zijn macht probeerde uit te breiden naar het Midden-Oosten. Allemaal vijanden van God en Zijn volk.

Gemeente, God registreert wie er binnenkomen. Ziet u ze komen op weg naar Jeruzalem? Een bonte stoet. Ze zijn op weg naar de hemelse zaligheid. Vijanden zijn het, maar vijanden worden met God verzoend. Haters van God worden liefhebbers van de Heere. Ze komen binnen. Eén voor één. Stuk voor stuk. God rekent hen in het opschrijven der volkeren.

De Heere schrijft hen op. Weet u wat hij dan optekent? Hij is niet aan het turven hoeveel Egypternaren er bij zijn en hoeveel mensen uit Ethipië enz. Nee, Hij schrijft: deze en die is aldaar geboren. De Heere schrijft ze op alsof ze in Jeruzalem zijn geboren. Vijand van God van geboorte, maar kind van God door wedergeboorte, zouden we kunnen zeggen.

Gezondigd tegen God, dat hebben ze. Zwaar en menigmaal. Schuld, een onmetelijke schuld voor God dragen ze met zich mee. Wat hebben die volkeren anders te verwachten dan voor eeuwig buiten te worden geworpen in het helse vuur. Maar de Heere rekent hen hun zonde niet toe. Hun vijandschap gedenkt Hij niet. Hij vermeldt hen onder degenen die Hem kennen. Echt kennen!  Weten hoe Hij is. Rechtvaardig, heilig, hoog verheven. Ze kennen Hem. Maar ze weten ook van Hem dat Hij is genadig, barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid. En zo schrijft de Heere hen op, zodat Hij hen nooit meer vergeet. En de allerhoogste zelf zal hen bevestigen.

Hoewel in de Oud Testamentische bedeling ook al heidenen zijn ingelijfd in Israël, wordt Psalm 87 ten volle werkelijk na Pinksteren. Dan gaat de prediking van de genade van de Heere Jezus Christus uit over de wereld. Rahab en Babel, de Filistijn, de Tyrier en de Moor ze mogen komen. Over het rond van deze aarde mag Gods genade in Christus worden gepredikt.

Om deze mensen zalig te maken is de Heere Jezus Christus naar deze wereld gekomen. Hij heeft er een rechtsgrond gelegd. Gestorven voor de zijnen. Opgewekt voor hun rechtvaardigmaling. God is verzoend in Christus. En die belofte die er in psalm 87 ligt opgesloten mag nu heerlijk in vervulling gaan. Rechteloze vijanden van nature worden vrienden van de Heere. Vreemdelingen worden burgers van het hemelse Jeruzalem. Deze en die is aldaar geboren. In belijdenis van zonde en schuld. In wedergeboorte en bekering terug naar God. Behouden, voor eeuwig behouden. De Heere gedenkt niet meer aan hun afkomst, maar schrijft ze als in de stad Gods geboren en getogen. We zouden kunnen zeggen: Gods rechtvaardigt goddelozen om niet!

Vers 7 zingt: En de zangers, gelijk de speellieden, mitsgaders al mijn fonteinen, zullen binnen u zijn. Ja, het zal er feest zijn. Voor eeuwig. Speellieden, mensen die muziekinstrumenten bespelen, zangers, koren. Zo zal het straks zijn. Voor altijd de lof zingen van het lam. Zangers, speellieden, mitsgaders al mijn fonteinen.

Al MIJN fonteinen. Zult u er straks ook bij zijn? Zullen uw fonteinen straks overvloeien van Gods eer vanwege het rijke van het Middelaarswerk van de Heere Jezus Christus?Dat persoonlijke van het laatste vers, daar komt het in ons leven wel op aan. En misschien moet u wel zeggen daar nog buiten te staan. Wie durft zich nu een burger van het hemelse Jeruzalem te noemen? Wie kan dat? Juist en vooral als we bedenken wie we zijn van nature. Geneigd God en onze naaste te haten. Dan is het toch verloren met ons, met u en met jou en mij? Dan staat we helemaal in de rij met die volkeren van psalm 87 en dan is het een hopeloze zaak. Heeft u dat al eens ingezien bij uzelf, dat het zo met ons gesteld is?

Hoe kan het dan goedkomen? Nee, van onze kant is het een verloren zaak. Maar wat is het rijk dat de Heere het doet. U hoeft niet zelf de pen op te nemen en een valse geboorteaangifte te doen in het register van de Heere. Hij schrijft! Deze en die is daar geboren. En Hij schrijft omdat er legeskosten voor zijn betaald. Hij schrijft omdat er bloed voor heeft gevloeid. Hij schrijft het op om Christuswil!

Hoe kan ik een burger van Jeruzalem worden? Alleen vanwege de verdienste van de Heiland. Alleen omdat Hij zijn leven gaf op Golgotha. Alleen door zijn dood en door zijn opstanding, omdat Hij is opgewekt om de Zijnen het leven te geven. De volkeren, de vijanden die aankomen naar Jeruzalem, die komen tot Hem. Het oordeel hebben ze verdiend, maar dan valt het eeuwig mee. Hij schrijft: deze en die is daar geboren. Is dat ook wat u doet: de zaligheid zoeken buiten uzelf in Christus?

De dichter zingt met grote vreugde en verwondering: Al mijn fonteinen zullen binnen u wezen. Dor en droog is hij van zichzelf.  Denk eens aan de woorden van de Heiland: “Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien,” Al mijn fonteinen in Christus. Een christen leeft niet van zichzelf, maar hij/zij leeft door Hem. Een overvloedige fontein van alle goed is hij. Stromen van levend water. Hij schenkt Zijn Geest niet met mate. Vlucht daarom met uw zonde, met uw schuld, met uw vijandschap tot Jezus.

En dan zult  het ook mogen ervaren: Hij zal u rekenen in het opschrijven der volken onder degenen die Hem kennen: in Zijn rechtvaardigheid, maar ook in Zijn barmhartigheid. Ingeschreven in het register van de burgerlijke stand van Gods koninkrijk. Ook deze, vul uw naam maar in, is wedergeboren in Sion. En de Allerhoogste zelf zal hen bevestigen. Tot in eeuwigheid.

M. Diepeveen